Dag 9 – De constructie van de Kariba-dam
Het afdammen van de Zambezi lijkt
simpel : we bouwen een muur in het water en klaar. Dat lijkt dan misschien wel
zo, maar het is verre van eenvoudig. De bouw nam een aanvang in 1956 in de diepe
Kariba-kloof, een indrukwekkende plaats, maar terzelfdertijd ook een plek met
uitdagingen. Het maakte de bouw tot één van de gevaarlijkste megaprojecten
destijds. Eerst en vooral moest voor de bouw een ‘droge plaats’ gecreëerd
worden. Dat gebeurde door de constructie van een zogenaamde cofferdam, één van
de meest technische uitdagingen voor er nog maar met de echte bouw begonnen
werd. Het ontwerp van de dam kwam van de Fransman André Coyne, een specialist
in boogdammen. Slechts een jaar na de start, werd de dam voor een eerste keer
getroffen door rampspoed. Het water van de Zambezi steeg enorm waardoor
apparatuur en toegangswegen verwoest werden. In 1958 verwoestte een nog grotere
vloedgolf de volledige cofferdam, een toegangsbrug en daarbovenop nog delen van
de dammuur zelf. De vloek van Nyami Nyami? De menselijke tol was nog groter want
los van de gevaarlijke natuurfenomenen, waren er nog de extreme
arbeidsomstandigheden. De arbeiders waren aan het werk in een smalle en diepe
kloof en moesten werken aan steile wanden, boven overhangende rotsen waarbij er al eens
van de rotsen of muur gevallen werd. Bovendien moest er ook met explosieven
gewerkt worden wat ook weer leidde tot fatale ongevallen door voortijdige
ontploffingen maar ook door rondvliegend
gesteente als gevolg van een dynamitering. Binnen in de dam zelf waren er ook
tunnels die soms instortten door de waterdruk en er was het zuurstoftekort in
zeer smalle ruimtes. In totaal vielen er zessentachtig slachtoffers. Die
dodelijke slachtoffers vonden hun eeuwige graf in de dam zelf. Hun namen zijn
te vinden in de kerk van het stadje Kariba. De stad zelf werd opgericht als
verblijfplaats voor de duizenden arbeiders en als het operationele hart van dit
gigaproject : hier werden werkplaatsen opgericht, werd materiaal opgeslagen en
bevond zich de administratie.
Ondertussen is het een toeristische uitvalsbasis voor de omgeving. Rond het
gebied bevindt zich ook nog een stukje grasland, een toevluchtsoord voor heel
wat wild in de omgeving. En we hebben al meteen geluk. Buiten de obligate
zebra, zien we al meteen een hele troep waterbokken.
Het mannetje staat statig en trots met zijn sierlijke horens en houdt ons
nauwlettend in de gaten. De vrouwen in de groep beschermen de kleintjes iets
verderop. Alhoewel de bokken zeer robuuste antilopes zijn, hebben ze ook iets
schattigs over zich. Dat komt voor een deel door die prachtige horens maar
vooral door de witte cirkel op hun achterwerk. Of dit een grap van de natuur
is, weet ik niet maar het maakt ze wel letterlijk tot een schietschijf, al zal
een leeuw nog niet direct met een geweer of met pijl en boog rondlopen 😊. Even schattig is
de bosbok, die er schijnbaar uitziet als een surrealistisch schilderij met
verticale witte strepen die over zijn lichaam lopen waarlangs een ketting van
stippen gedrapeerd ligt. Ik vind het altijd een immens geschenk om oog in oog met
ze te komen staan want ook al hebben ze een leefgebied dat zich uitstrekt over
de volledige sub-Sahara, in realiteit kom je ze toch echt heel beperkt tegen. Van
schattigheid gaan we over op lelijkheid. Want aasgieren hoog in de boom zijn op
zoek naar een lekker hapje. Ze overleven in de woestenij dankzij de dood van
een ander. Ze vullen hun buikje door zich te goed te doen aan karkassen. Ze
speuren de horizon af en ook wij ontwaren een penetrante geur, de geur die hen op het spoor van een dood
dier zet. Iets verderop zien we onder een boom een dode zebra liggen. Dat wordt
straks hun feestmaal, een zwart-wit buffet waar ze hun magen mee kunnen vullen.
En dan zijn er de aapjes, die zitten overal. Op de weg, in de bomen, op daken
van huizen. Ze zijn echt overal. Er zijn er wel minder dan ooit. Want ook deze
populatie had te lijden onder de constructie van het meer. Angst regeerde
tijdens de reddingspogingen van hen tijdens operatie Noah en ze verkozen de
kruinen van bomen boven de armen van hun redders.
De dam was technisch een succes, maar de tol om elektriciteit op te wekken
was hoog : eerst en vooral de impact op de Tonga bevolking en hun eeuwenoude
tradities en leefgebied. Operatie Noah die nodig was om het Zimbabwaanse en
Zambiaanse dierenrijk te redden en dan waren er nog de vele ongelukken tijdens
de constructie.
Bovendien zorgen de vele laagwaterstanden die de laatste jaren meer en meer
voorkomen, ervoor dat de productie veel minder is dan eerst gedacht, er zijn
zelfs momenten waarop de productie volledig stilvalt. Het grootste probleem is
echter de bijzonder ernstige slijtage aan de dam zelf. Er is reeds een aanvang
genomen met de restauratie maar het probleem is nog steeds enorm groot. Kan je
je voorstellen dat een dambreuk gebeurt bij dit enorme project? De chaos die
dat zou meebrengen voor mens en dier zou niet te overzien zijn. In dit scenario
zou echter de tijd misschien teruggedraaid kunnen worden. Waarbij het meer
terug zou krimpen naar de normale afmetingen van de Zambezi rivier. Waarbij de
Tonga terug zouden kunnen keren naar hun oude gebieden en voorouders en de
dieren terug kunnen rondzwerven op, in en rond de Zambezi.
Livingstone noemde de Zambezi ‘Gods snelweg naar de Indische Oceaan’. Die
snelweg werd jaren geleden onderbroken en omgeleid. Misschien met Gods hulp dat
die snelweg ooit weer haar volle natuurlijke potentieel zal kennen.
Reacties
Een reactie posten