Dag 3 – De grandeur van het Victoria Falls hotel

Gezeten op het zonnige Stanley’s Terrace van het Victoria Falls hotel, kijk ik nog steeds met grote verwondering (ook al is het de derde keer) naar het opstuivende water van de Victoria Falls. Indrukwekkend hoe de goed gevulde watervallen voor een mist van waterdruppels zorgen, die met een enorme kracht tientallen meters hoog gestuwd worden.
Ontdekkingsreiziger én ontdekker van de watervallen, David Livingstone zei hierover :  Geen enkel ander uitzicht in Engeland kan de schoonheid hiervan overtreffen’. Hij had het over wat de lokale bevolking  Mosi-oa-Tunya noemde (letterlijk vertaald: de rook die dondert) en als je de watervallen nadert, begrijp je meteen die naam.
Op 17 november 1855 was Dr. Livingstone de eerste blanke die de watervallen aanschouwde. Dat gebeurde toen hij in een kano de Zambezi rivier afvoer en in de verte een mysterieuze wolk boven het landschap zag hangen. Hij moest toen nog tien kilometer afleggen, maar werd desondanks verrast door Afrika’s grootste waterval. Hij kon net op tijd zijn kano aanleggen op een eilandje midden in de Zambezi. Omdat hij zo onder de indruk was van dit natuurverschijnsel, noemde hij de watervallen naar de toenmalige koningin Victoria. De watervallen zijn dan ook impressionant te noemen. Over een totale lengte van duizendzevenhonderd meter stort de Zambezi zich in een honderd-en-acht meter diepe kloof. Het water is afkomstig vanaf de hooglanden van Angola en de verschillende rivieren die nadien uitmonden in de Zambezi. Het water van Angola is zo’n zes maanden onderweg voor het zich van de kloof stort. Aangezien de watervallen niet gevoed worden door bronwater maar regenwater, verschilt de hoeveelheid water dat de Zambezi aanvoert per seizoen.
Het Victoria Falls hotel is een iconisch overblijfsel uit de tijd dat de beruchte spoorweg van Cecil Rhodes werd gebouwd. Het hotel had initieel nooit de bedoeling om voor toeristische doelen te worden ingezet, maar enkel om er ingenieurs te laten verblijven ten tijde van de constructie van de spoorweg én de bouw van de Victoria Falls Bridge die Zimbabwe met Zambia zou verbinden. In juni 1904 opende de houten en ijzeren maar vooral tijdelijke constructie de deuren, net voordat de spoorweg de Zambezi rivier bereikte. Bedoeling was het hotel te ontmantelen als dit stukje van de spoorweg klaar was voor gebruik en er verder gewerkt werd in noordelijke richting.
Maar zover kwam het niet. Want in het zog van de ingenieurs, zochten ook avontuurlijke reizigers hier hun heil om te overnachten. Het Victoria Falls hotel was dan ook lange tijd het enige hotel langs deze kant van de Zambezi. Steeds meer mensen vonden hun weg, inclusief een verloren toerist hier en daar, waardoor het hotel steeds volgeboekt was en waardoor reizigers het advies kregen  op voorhand te reserveren om zeker te zijn van een kamer. Dat aantal initiële kamers die een maximum van twintig gasten kon accommoderen, bleek al snel ontoereikend. Ook al leek het hotel eerder op een houten barak, het was voorzien van de destijds modernste voorzieningen : elektrische verlichting, een noodzakelijke ventilator voor de hitte en ook nog eens stromend warm en koud water. De toestroom aan gasten ging ook niet aan het management voorbij en het hotel werd dan ook meer en meer verkocht als een toeristische bestemming. Dit zorgde uiteraard voor een aanvoer van nog meer gasten en de logische uitbreiding van het hotel was de enige optie. Er kwamen extra gebouwen bij en ook oude treinwagons werden als overnachtingsplaats ingezet. Toen ook vanaf de jaren dertig het hotel bereikbaar was over de weg, won het nog meer aan populariteit. Door het fenomenale uitzicht op de watervallen, werd al snel duidelijk dat het hotel zelf ook weergaloos moest worden. Het veranderde langzaam in een luxe oord in de traditionele en tijdloze zogenaamde Georgian-Edwardian stijl. Statigheid die de luxe van de jaren dertig uitademt. Dat komt nog het meest tot uiting in de schitterende Stanley’s en Bulawayo Rooms, beide salons waar de tijd schijnbaar is blijven stilstaan en waar ik ook steeds afdwaal in gedachten bij de prachtige geschilderde statieportretten van Engelands gekroonde hoofden.
Al meer dan honderdtwintig jaar staat het hotel hier statig op de eerste kloof met dat uniek zicht op watervallen en brug. Van de houten barakken en bijgebouwen is al lang niets meer te zien. Het is een icoon hier in Afrika met een uitzonderlijke stijl en een uitmuntende service in overtreffende trap.
Het is ook hier dat ik niet lijk te ontsnappen aan de gedachte ooit een koloniaal te zijn geweest, waar ik me zo zie lopen in die perfect gemanicuurde tuin in een hagelwitte lange jurk met een dito parasolletje om mijn bleke huid te beschermen. Die lange jurk heb ik ondertussen ingewisseld voor een lichte broek met tropische print en een even zomers bloesje. Een zonnehoed met brede rand vervangt al enige tijd dat hagelwit parasolletje. De wandeling is er nog wel altijd. Mijn verplicht nummertje na een heerlijke lunch op Stanley’s Terrace.
Alhoewel de eerste gastenboeken al lang tot stof zijn vergaan, zou volgens de overlevering één van de eerste gasten Agnes Bruce zijn geweest, dochter van David Livingstone, bijna vijftig jaar nadat haar vader voor het eerst de watervallen zag. Velen zijn haar nagegaan. Victoria Falls is zonder meer de populairste plaats in Zimbabwe en er is geen betere startplaats om de andere regio’s van het land te ontdekken. De iconische watervallen zetten Victoria Falls op de kaart, maar de Zambezi zorgde voor nog meer natuurpracht …





 

Reacties