Dag 11 – De droom van Pamuzinda

Het leven op de steppe ontwaakt. Tijdens onze eerste ochtendsafari kijken de wildebeesten ons maar vreemd aan. Moeders mooiste zijn ze niet en een mens vraagt zich af waarom bijvoorbeeld een leeuw hier graag een hapje van lust. Het is uiteraard niet het enige lelijke dier in Afrika, er zijn er genoeg en daarom werd er naast de Big Five, ook een Ugly Five opgesteld. Het wildebeest prijkt hier op, samen met de gieren die we eerder al op deze reis zagen en aangevuld met de maraboe (waarvan we ook een trots exemplaar aan het Kariba-meer zagen), de hyena en het wrattenzwijn. Een schoonheidsprijs gaan deze creaties van moeder natuur inderdaad niet winnen.
Iets verder zien we een grote groep impala’s die aan het grazen zijn samen met wat wildebeesten en zebra’s. Het is niet uitzonderlijk deze dieren samen te zien want een zebra bezit een uitstekend gezichtsvermogen en een gnoe (een andere naam voor wildebeest) heeft een uitzonderlijke reukzin. Plotseling verschalkt een volwassen kudu ons. In de achtergrond huppelt hij snel weg, snel maar zoals steeds zeer sierlijk met die prachtige gedraaide hoorns.
We bevinden ons in het privéreservaat van Pamuzinda waar we in de lodges verblijven. Tweeënvijftig vierkante kilometer puur natuur, een ongerept stukje savanne waar we de komende dagen vertoeven en kunnen genieten van het authentieke Zimbabwe.
Net buiten het domein ligt de plaatselijke school waarnaar van heinde en verre de leerlingen komen afgezakt. Sommigen hebben er vijftien kilometer te voet (en dat zowel ’s morgens als ’s avonds) voor over om hier lessen te komen volgen. De leerlingen kunnen hier les volgen vanaf de kleuterschool tot de laatste voorbereidingsjaren op het hoger onderwijs. In totaal volgt een Zimbabwaan minstens vijftien jaar school : twee jaar in de kleuterklas, vier jaar lagere school, zeven jaar middelbaar gevolgd door twee voorbereidingsjaren op het hoger onderwijs. De schooldirectrice leidt ons rond langs enkele klassen, waar de leerlingen keurig in uniform de lessen volgen. De leerlingen zijn trots om bezoek te hebben en doen absoluut hun best om zich van hun beste kant te laten zien. Bij een vraag van de leerkracht gaan de vingertjes enthousiast omhoog. Het huiswerk wordt overlopen en nieuwe onderwerpen aangebracht. De les heeft plaats in de lokale taal, maar de kinderen spreken ook uitstekend Engels. Het lesmateriaal dat aan de muren hangt, is bovendien ook uitgedrukt in het Engels. Dat materiaal behelst een groot aantal onderwerpen, gaande van rekenkundige bewerkingen tot een aantal vuistregels voor het leven zelf. De meest opvallende hierbij is hoe jongens en meisjes met elkaar horen om te gaan op de juiste manier. Intieme betrekkingen kunnen pas vanaf de leeftijd van achttien jaar, maar steeds met wederzijdse toestemming. Het wordt deze nog zeer jonge kinderen al van vroeg ingepeperd dat neen, neen is. De klaslokalen zelf zien er zelf piekfijn uit. Ruime lokalen, wat ook wel moet want hier en daar zitten verschillende klassen samen, een lessenaar en stoel voor elke leerling en dikke studieboeken die open liggen. Dat allemaal wordt bekostigd door de ouders. Hier kennen ze geen overheidstoelagen of andere subsidies. Enkel wie geld heeft, kan zijn kind naar school sturen. Het contrast met onze leefwereld, kan niet groter zijn.
Na de lunch en net na het warmste moment van de dag trekken we erop uit, te voet deze keer voor een wandelsafari. Een wandelsafari is altijd een toppertje, want het geeft je meer oog voor detail en voor andere dingen dan het groot wild dat meestal je aandacht trekt. Toch is het net dat grote wild dat meteen opvalt. Het grootste wild zelfs en dat mag je letterlijk nemen. Toch groot in hoogte. We zijn nog maar net vertrokken of een aantal giraffen staan hier mooi te wezen. Ook deze zijn klaar voor de catwalk met hun gracieuze grote passen en hun wondermooie lange wimpers waar menig model jaloers op zou zijn. Met hun flexibele tong, trekken ze sappige blaadjes van de bomen.



We wandelen verder langs gigantische termietenheuvels tot plots een schijnbaar klein gaatje in de grond de aandacht van onze gids trekt. Met zijn vinger wriemelt hij er wat in en toont dan met trots zijn vondst : een ogenschijnlijk klein insect dat een mierenleeuw blijkt te zijn. Neen, geen leeuw en ook geen mier. Het is een insect dat zich voedt met andere insecten die hij probeert letterlijk in de val te doen lopen. Die val bestaat uit een klein gaatje in de grond waarin het rustig afwacht tot een insect op de rand gaat zitten en zo in het putje glijdt. Simpel maar geniaal. Wat het nog specialer maakt, is dat deze mierenleeuw deel uitmaakt van de zogenaamde Little Five, de tegenhanger van de Big Five.
Die Little Five zijn uiteraard allemaal kleine dieren maar anders dan de Big Five die geselecteerd werden op basis van hun kracht, snelheid en grootte, worden deze dieren geclassificeerd puur op hun naam. We hebben dus de mierenleeuw, maar ook het slurfhondje (genoemd naar grote broer de olifant), de luipaardschildpad (die zowat het tegenovergesteld van zijn grote broer is omdat dit ironisch genoeg het traagste dier is), de buffelwever en de neushoornkever die net zoals zijn grote broer een hoorn op zijn neus heeft. 
En zo levert elke safari, al wandelend of per jeep, toch unieke momenten op. De droom van Pamuzinda wordt vandaag al voor een stukje waar.

Reacties