Tunesië - Reis door de woestijn
Lang voor het massatoerisme zijn weg
vond, had de Amerikaanse regisseur George Lucas, Tunesië al ontdekt. De immense
woestijn, pittoreske dorpen, plaatsjes waar de tijd is blijven stilstaan, wat
wil je nog meer als decor voor één van de meest succesvolle filmreeksen ooit
gedraaid?
En lang voor Tunesië het epicentrum
werd van de Arabische Lente, ontdekten ook wij Tunesië. De stranden van het
vasteland en Djerba waren al bekend, maar research leerde snel dat het binnenland
ook wel wat te bieden heeft. Net datgene dat we als meerwaardezoeker graag
hebben. In het jaar 2000, in de warme maand juli - geen andere keuze met een
schoolgaande dochter - werd Tunesië de bestemming van onze jaarlijkse gezinsvakantie
en maakten we ons op voor een reis door de woestijn.
Het binnenland van Tunesië mag dan
wel een grote zandbak zijn, het heeft een rijke geschiedenis. Onze reis begint
in Kairouan, de voormalige hoofdstad van Tunesië vóór Tunis deze rol overnam. Maar
meer nog dan de voormalige hoofdstad, is het vooral de heiligste plaats in
Tunesië en na Mekka, Medina en Jeruzalem de belangrijkste stad in de
islamitische wereld. De Moskee van Zaouia de Sidi Sahab is de begraafplaats van
Abou Zamaa El-Balaoui, een vriend van de profeet Mohammed. Hij droeg altijd een
medaillon met drie haren uit de baard van de profeet. Vandaar dat deze moskee
met trots de bijnaam van ‘Kappersmoskee’ draagt.
Om deze steeds groter wordende
stad van water te blijven voorzien werd in de 9de eeuw een
reusachtig waterbassin gebouwd, met daarnaast een kleiner bassin om het water
te zuiveren. Voor die tijd was deze constructie een sterk staaltje van technisch
vernuft.
En na het bezoek aan Kairouan begint
echt onze reis door de woestijn. Het landschap wordt steeds dorrer en ruiger. Het
is dit landschap dat dienst doet/deed als immens decor voor heel wat opnames
uit de Star Wars saga van George Lucas. Een eerste oasestadje dat we bezoeken
is Midès, in het bergachtig grensgebied nabij Algerije.
Het oude dorp bevindt
zich op de rand van een steile kloof. De moeilijke omstandigheden zorgen ervoor
dat hier nog slechts een handvol mensen wonen. De rest van de bewoners hebben
het comfort van de nieuwe stad aan de andere kant van het palmenbos opgezocht. De
grootste bergoase van Tunesië is echter Tamerza, met bovendien een bijzondere
geschiedenis.
In de Byzantijnse tijd was dit de zetel van de bisschop, maar het
oorspronkelijke dorp werd in 1969 door overstromingen verwoest en definitief
verlaten. Nu wandel je in verlaten straten, de naam een spookstad waardig maar
met een bevreemdende schoonheid. Een groen palmenbos en een kleine waterval maken
het plaatje af. Aan bergoases trouwens geen gebrek. Zo is er ook Chebika, de
meest zuidelijke van deze drie bergdorpen. Het kent heel wat overeenkomsten met
Tamerza en werd ook overspoeld door water in 1969 en vervolgens verlaten.
Chebika leidt mij naadloos naar de
Star Wars saga. Niemand weet natuurlijk op voorhand hoe een film uiteindelijk
ontvangen zal worden, zelfs niet met een uitstekend scenario, sterren in de
hoofdrol en een gelauwerd regisseur. De Amerikaanse regisseur George Lucas
begon ooit met een zeer beperkt budget aan de eerste film uit de reeks in 1977.
Om dit budget het beste te laten renderen, filmde hij de binnenopnames niet in
Los Angeles maar in de goedkopere Londense studio’s en zocht een bestemming om
de buitenopnames op film te krijgen. Die
plaats moest aan een aantal voorwaarden voldoen : een woestijn die letterlijk
en figuurlijk buitenaards is, goedkoop om te filmen en ook nog dichtbij de
Londense studio’s ligt. En zo viel de keuze op de woestijn van Tunesië en de
unieke dorpen die er deel van uitmaken. Chebika was bijvoorbeeld uitnodigend en
inspirerend genoeg om heel wat scènes uit de vierde Star Wars film op te nemen.
Tozeur wordt ook wel eens het
paradijs van de woestijn genoemd en heeft er al een lange geschiedenis op zitten.
Het is al bewoond sinds 8.000 VC maar beleefde zijn topdagen vooral ten tijde van
de grote Sahara-karavaans als grote handelsstad. Nu is het vooral de
draaischijf van de toeristenindustrie.
Tozeur is geen kleine oase, daarom
trekken we er per koets op uit om het grote palmenbos te ontdekken. De
dadelpalmen dragen al zeer veel vruchten. Een lokale man klimt behendig en
pijlsnel de boom in om voor ons een paar vers geplukte en vooral sappige dadels
te scoren.
Tozeur is een imposante oase, zo imposant zelfs dat Tozeur en
omgeving ook deels dienst deden als indrukwekkend
filmdecor voor het Oscar winnende epos ‘The English Patient’. Ik herken
inderdaad het kerkje waar ik Kristin Scott Thomas nog zo zie liggen. De opnames
die hier plaatsvonden, speelden zich zogezegd af in Caïro, maar de sfeer van
Tunesië en dan vooral van Tozeur, leunde dichter aan bij het Caïro van de jaren
dertig, wat de keuze voor Tunesië verklaart.
Nabij Tozeur ligt het meer Chott el
Djerid, tevens de grootste zoutpan van niet alleen Tunesië maar van de gehele
Sahara woestijn. Het lijkt wel een zee van glinsterende kristallen. Het heeft
een immense oppervlakte van ongeveer vijfduizend vierkante kilometer en een
lengte van tweehonderdvijftig kilometer. Een desolate doch letterlijke
schittering voor het oog. Door het extreme klimaat met hoge temperaturen
waarbij vijftig graden geen uitzondering zijn, verdampt het water snel en laat
het water een korst van fonkelende zoutkristallen achter.
Op deze tropische hoogzomerdag
schitteren de kristallen als weleer. Slechts een plas water is nog zichtbaar en
herinnert ons eigenlijk eraan dat we technisch in een meer staan. Over het
Chott hangt een hittegloed. Die gloed zorgt ervoor dat even later het meer zijn
goocheldoos bovenhaalt. Hoewel we ons eigenlijk in een uitgestorven vlakte
bevinden waar er zich niets maar dan ook niets tientallen kilometers in de
omtrek bevindt, zien we in de verte toch een dorp liggen. Wat we echter zien is
een luchtspiegeling, de beroemde fata morgana’s die je in de woestijn al eens
kan ervaren. Geen dorp dus, of toch niet waar wij denken het te zien liggen,
want het dorp waarvan wij de spiegeling zien, ligt in realiteit tientallen
kilometers verder. Wat wel echt is, is de absolute stilte. Een bijna
beangstigende stilte. Je hoort werkelijk niks, geen vogeltje dat tsjirpt, geen
wind die ruist. Enkel bij het stappen hoor je het zout kraken onder je voeten
en het fluisteren van onze stemmen die de nodige ‘oooh’s en aaaah’s voortbrengen.
De oase van Douz ligt op de rand van
de Sahara woestijn. De ultieme ‘palmoase’ met maar liefst meer dan vijfhonderdduizend
dadelpalmen. Maar Douz wordt vooral ‘de poort naar de woestijn’ genoemd.
Een
onmetelijke zandbak die zorgt voor mooie plaatjes, vooral als we een
kamelentocht maken. We worden gewikkeld in de lokale kledij, inclusief
hoofdtooi, die ons beschermt tegen de sterke zonnestralen en het bijwijlen
opstuivende en schijnbaar bijtende zand. Een wandeling op het schip van de
woestijn onder een stralende zon, er zijn ergere dingen om de dag mee te
beginnen. Stapje per stapje gaan we dieper de woestijn in en trekken van duin tot
duin. Achter ons verdwijnen de voetafdrukken van de kameel bijna meteen waaruit
blijkt dat het zand constant in beweging is. Gelukkig hebben we gidsen bij,
want ik zou zelfs niet kunnen zeggen vanwaar we komen. Zandduinen lijken zich
dan ook nog eens te verplaatsen, maar ik voel me wel deel uitmaken van een
karavaan. Douz was vroeger een draaischijf van de karavaantochten, die tochten
liggen al lang achter ons, maar een toeristische tocht laat dat verleden weer
even herleven.
Onze volgende stop is Matmata,
bekend om zijn grotwoningen. In een warm klimaat is een koele woning zeer welkom.
In Matmata lossen ze dat op door onder de grond te leven. Als sinds de vierde
eeuw VC zijn deze zogenaamde grotwoningen in gebruik. In de kraters die in de
grond ontstaan waren, werden kamers uitgegraven. Het grote voordeel is dat het
hele jaar door er een temperatuur binnen heerst van om en bij de achttien
graden. Heerlijk koel in de zomer en aangenaam warm in de winter. Ook de
dieren, zoals schapen en geiten, leven beneden. Matmata ligt in een echt
maanlandschap, met kraters en desolate heuvels. Iets dat ook George Lucas niet
ontgaan was. Matmata en omgeving hebben dan ook steeds een prominente plaats in
de Star Wars films.
Ghomrassen is één
van de nog weinige bewoonde berberdorpen. Die dorpen worden altijd volgens een
beproefd recept ontworpen. Ze worden meestal gebouwd op een ronde heuveltop en
volledig ommuurd.
Deze zogenaamde vesting wordt lokaal een ‘ksar’ genoemd. Op
een heuveltop betekent ook dat we tijdens onze wandeling door het dorp hier en
daar op een smal richeltje komen te staan, wat evenwicht moeten zoeken en op
een bepaalde plaats zelfs recht op het kerkhof uitkijken beneden aan de heuvel.
Als je hier valt, kom je meteen op je eindbestemming uit 😉.
Vandaar reizen we
naar Tataouine en die naam doet misschien ergens een belletje rinkelen. Nadat
George Lucas in het land was neergestreken en de eerste filmopnames achter de
rug waren, vond hij de naam Tataouine zo mooi klinken dat hij de naam gebruikte
als de thuisplaneet van Luke Skywalker. Toeval of niet, de naam Tataouine
betekent in de lokale taal : twee ogen. Zou dit misschien ook als inspiratie
gediend hebben om Tataouine twee manen te geven? Trouwens alle planeten die
voorkomen in Star Wars, zijn genoemd naar een Tunesische stad. Een mooi
eerbetoon aan het land dat zoveel inspiratie bracht voor het epos.
‘Safe the best
for last’ wordt wel eens gezegd. Want met El Jem volgt er nog een pareltje.
El Jem is immers
nog een Romeins cadeautje aan Noord-Afrika en één van de meest indrukwekkende
nalatenschappen. Het imposante amfitheater is maar iets kleiner dan zijn bekend
broertje in Rome maar is veel beter bewaard gebleven. Het bood destijds plaats
aan vijfendertigduizend toeschouwers en werd gebouwd in de derde eeuw. Door
zijn grootte is het al een indrukwekkend bouwwerk, maar dit resultaat realiseren zonder moderne gereedschappen is
een sterk staaltje van bouwkunst. Nog
straffer wordt het als we ergens op een terrasje een bod krijgen van een lokale
man van tweehonderd kamelen om onze dochter te mogen huwen. Mijn echtgenoot
maakt er korte metten mee en dochterlief keert met ons terug huiswaarts.
Wat een
schitterend sluitstuk van een knappe rondreis door het binnenland van Tunesië
dat ons bracht van de grens van Algerije tot aan de grens met Libië, van de
imposante zoutpan tot de parels van de woestijn, van oases tot bergoases, van
een Romeins juweel tot indrukwekkende filmlocaties. Voor de volledigheid
vermeld ik nog dat er ook opnames gemaakt werden voor ‘Indiana Jones and the
Raiders of the Lost Ark’.
Los van de perfecte achtergrond voor
populaire, gelauwerde en iconische films, is het ook de ideale plaats voor een
mooie, niet alledaagse vakantie.
De komende week, aan het strand in
Port El Kantaoui, draait de film van de voorbije week zich nog even voor mijn
ogen af. En de Oscar gaat naar … Tunesië…
Reacties
Een reactie posten