Out of Africa

De gevleugelde woorden van Neil Armstrong bij zijn wandeling na de landing op de maan,  zinderen nog steeds na : een kleine stap voor de mens, maar een grote sprong voor de mensheid.
Elke reis groot of klein, begint ook met die eerste stap, maar leidt dikwijls naar meer.
Voor mijn 40ste verjaardag destijds wilde ik geen feestje (40 is trouwens het nieuwe 30 en dus niet zo héél speciaal), maar besloot ik het geld daarvoor te gebruiken om mezelf te trakteren op een droomreis : een safari in Afrika. Wist ik veel dat die eerste reis naar Afrika en wat ik dacht uniek moment, het begin zou zijn van een innige liefdesrelatie. Die eerste kleine stap die ik zette op Afrikaanse bodem, zorgde uiteindelijk voor een grote sprong in mijn hart en het besef dat ik Afrika niet meer kon missen. Het werd het begin van nog meer reizen naar het zwarte continent en bleef het dus niet bij die ‘unieke’ safari in Oost-Afrika.
Mijn letterlijk eerste stap op Afrikaanse bodem was op de luchthaven van Nairobi, de hoofdstad van Kenia. Maar de figuurlijk eerste stap vond even later plaats in de Masai Mara. Ik herinner me nog als de dag van gisteren het moment dat onze blikken elkaar kruisten en we diep in elkaars ogen keken...
Bij aankomst aan onze lodge in de Masai Mara staat immers een zebra ons op te wachten. Mijn hart slaat een paar slagen over, een eerste traantje rolt over mijn wangen. Mijn eerste ontmoeting met de wilde kant van Afrika... en we zijn nog niet eens op game drive geweest. Die staat voor de volgende dag gepland... Het droogste continent heeft echter vuurwerk voor mij in petto. Ook al is het geen regenseizoen, de hemelsluizen gaan open net voor onze eerste safari. Een manier om mijn onvoorwaardelijke liefde te testen? Mij maakt het niet uit. Terwijl donkere wolken zich boven Kenia samentroepen, een flits de lucht doorklieft en ik opschrik van een donderslag, trompetteren een troep olifanten in de verte. Een hele kudde onder leiding van de vrouwtjes is op wandel. Olifanten zover het oog reikt, ik kan mijn geluk niet op. De regen deert hen blijkbaar niet, er wordt gespeeld, een robbertje gevochten en tegen de achtergrond van één van de mooiste landschappen van Afrika poseren ze als volleerde sterren op de rode loper. Het doel van elke safari is de jacht op de zogenaamde Big Five. De figuurlijke jacht wel te verstaan, want wij schieten enkel plaatjes met onze fototoestellen, niet met wapens. Met het spotten van de olifant kunnen we al eentje van het Big Five-lijstje afvinken. Dat begint al goed, maar we hebben nog een leeuw, buffel, luipaard en neushoorn nodig om onze reis helemaal te doen slagen. Voorlopig hebben we geen geluk. Wel vinden we kuddes impala’s en andere antilopen, zebra’s ...
Iets later worden onze gebeden verhoord. We treffen twee leeuwen aan in een innige omhelzing. Onze gids/tracker moet even gniffelen bij de aanblik. Zelf heb ik het niet direct door tot hij ons op het geslacht van beide leeuwen wijst ... beiden hebben lange, donkere manen. Twee mannetjes dus, ook in het dierenrijk staat er geen maat op leeftijd of geslacht in de liefde. En zo hoort het ook.
De volgende dag worden we voor dag en dauw gewekt. De kippen zitten nog op stok, enkel de nachtdieren zijn nog op pad. Erg vind ik het niet. Want één van de hoogtepunten van de reis staat op het programma. Op de verzamelplaats ontvouwt zich letterlijk een kleurrijk spektakel. Terwijl wij in onze manden klimmen, worden de gasflessen opengedraaid waarna onze luchtballon ten hemel rijst. Onder ons strekt de Masai Mara zich eindeloos uit. We overvliegen de Central Plains, de glooiende grasvelden met hier en daar een struik of een boompje. Ook de zon klimt stilaan hoger en hoger. Onder ons ontwaakt het leven op de Afrikaanse savanne. De gnoes (ook wel wildebeest genoemd en met voorsprong het lelijkste dier) zoeken hun weg naar een verfrissende poel. Ook gazelles huppelen dartel door het groen. Onder een boom speelt zich echter het meest liefdevol tafereel af. Moeder leeuw ligt uitgeput in de schaduw van een boom, moe nog van de jacht vannacht. Dat weerhoudt haar er echter niet van om haar spelende kroost in het oog te houden. En wat een energie zit er in haar welpjes. Ze ravotten met elkaar, duikelen in het gras en laten zich van hun schattigste kant zien.  Na een uur genieten van wat er zich onder ons afspeelt, wordt de luchtballon terug aan de grond gezet. 


Daar wacht ons een verrassing van formaat. ‘Breakfast is served’ horen we zeggen. In het groene hoge gras van de Masai Mara wordt ons een lekker ontbijt geserveerd mét bubbels om te toasten op de succesvolle ballontocht.
De Masai Mara is het thuisland van de Masai, het legendarische semi-nomadenvolk. Zij meten hun rijkdom aan de grootte van de veestapel, niet aan de grootte van hun land. Om die veestapel in leven te houden, bouwen ze op plaatsen waar voldoende water en gras is, tijdelijke dorpen. Vandaag staat een bezoek aan zo’n dorp op het programma. De Masai, zijn ranke, slanke krijgers en bekend om hun moed en tradities. Hun kleurige kleding valt meteen op tegen de Afrikaanse achtergrond. We worden traditioneel welkom geheten met hun typische dansen, waarbij zij hoog springen.


Water is van levensbelang, voor alle levende wezens. In Afrika is water meer dan ergens anders van goudwaarde. Het droogste continent vergastte ons al op regen en gelukkig maar voor alle bewoners. Niet dat Afrika één dorre grote zandvlakte is. Er zijn waterpoelen en rivieren waar dieren zich laven. Maar er zijn ook heuse meren te vinden. Zo is er Lake Navaisha: gevoed  door regenwater uit de omliggende bergen en ondergrondse rivieren. Het meer ligt in de grote Riftvallei en is vooral bekend om zijn grote groepen nijlpaarden die zich rond en in het water ophouden. Nijlpaarden zorgen voor mooie plaatjes, maar zijn absoluut geen lieverdjes. Laat je niet verrassen door hun logge lichaam. Ondanks hun gestalte zijn ze snel en wendbaar, dus maak ze nooit boos. Bovendien hebben ze een enorme bijtkracht in hun grote bek en worden ze als één van de meest gevaarlijke wilde dieren aanzien. Ze zijn verantwoordelijk voor meer menselijke slachtoffers dan bijvoorbeeld leeuwen. Vandaar dat wij aan de rand van het water er vooral voor zorgen  niet tussen het water en het nijlpaard komen te staan: de gedachte niet snel terug in het water te geraken kan ze agressief maken, met alle gevolgen vandien. Maar het is een lust voor het oog  ze te zien spelen, spetteren en genieten in het water.


Liefhebbers van water komen nog meer aan hun trekken want naast Lake Navaisha is er nog een groot meer in Kenia nl. Lake Nakuru. Dit laatste ziet er heel idyllisch uit. Geen nijlpaarden hier te vinden, maar dat wordt meer dan goedgemaakt door de roze gloed die het meer uitstraalt. Honderden flamingo’s, schijnbaar nog verdubbeld in aantal door hun weerspiegeling op het wateroppervlak, zien er niet alleen sprookjesachtig uit met een omkadering van acaciabomen, maar vormen vooral de perfecte achtergrond voor de witte en zwarte neushoorns die hier een thuis hebben gevonden en zich rond het meer ophouden. Neushoorns staan op de rand van uitsterven, om ze extra te beschermen worden Lake Nakuru en omgeving al enige tijd omgeven door een hek. Op deze manier probeert men stropers buiten te houden en de soort in stand te houden. Een letterlijke strijd op leven en dood.


‘The Snows of Kilimanjaro’, een prachtig kortverhaal van Ernest Hemingway zette Amboseli NP op de kaart. Hemingway kwam hier graag om te jagen op neushoorns en leeuwen, maar ongetwijfeld ook voor het ongeëvenaard uitzicht op de Kilimanjaro die hem inspireerde voor zijn kortverhaal. Want hoewel de Kilimanjaro in buurland Tanzania ligt, heb je het mooiste zicht op dit bergmassief vanuit het Amboseli park. En dat uitzicht waarvan we vandaag genieten, is nog uitzonderlijker dan elders. De lunch wordt immers door ons vandaag genuttigd in een voormalig koloniaal huis dat nog steeds de sfeer van vroeger uitademt. Het interieur straalt de rijkdom uit van de vroegere, welgestelde bewoners : familieportretten aan de muur, prachtig uitgewerkte houten meubelen en zilverwerk op de tafel. Niet alleen binnen op tafel in de eetkamer maar ook op de prachtig gedekte tafel buiten in de tropische tuin. Laat de lunch maar komen. Terwijl ik geniet van dit prachtig stukje gekleurde flora, kan ik ook niet naast de ster van de dag kijken. Majestueus bedekt met eeuwige sneeuw, trekt de hoogste piek van Afrika alle aandacht naar zich toe. Hij wordt dan ook perfect omkaderd met feeërieke acaciabomen en met de passage van hordes olifanten. Wat ook de aandacht trekt, zijn de obers in strak kostuum met witte handschoenen die ondertussen de lunch opdienen en onze porseleinen borden met gouden randje vullen met heel wat lekkers. Het zilveren bestek, laat het eten nog beter smaken en parelende wijn in onze goed gevulde kristallen glazen spoelen die hemelse smaken zonder problemen door. Ik voel me een koningin voor een dag of toch voor de duur van de lunch.


Tanzania, de naam is gevallen. Kenia en Tanzania liggen als buren in oostelijk Afrika en hebben meer gemeen met elkaar dan misschien wel andere buren. Ze worden beide als mooie safari-bestemmingen gezien en worden dan ook dikwijls in combinatie bezocht. Natuur en landschappen stoppen immers niet aan de grens. Een mooi voorbeeld hiervan is de Serengeti-vlakte die zich uitstrekt over beide landen en als Masai Mara door het leven gaat in Kenia en als het Serengeti NP In Tanzania. Afgekort als Serengeti is het het meest beroemde wildpark ter wereld en door Unesco geklasseerd als Werelderfgoed.
Beide parken zijn jaarlijks ook het schouwtoneel van één van de meest indrukwekkende migraties ter wereld : die van de wildebeest met in hun zog zebra’s en gazelles.
Elk jaar speelt zich hetzelfde scenario af : twee miljoen dieren verplaatsen zich tussen beide parken waarbij de dorre en kaal gegeten gebieden in het noorden worden verlaten voor het malse gras van de zuidelijke vlaktes, de regen en ontstane waterpoelen volgend.  Elk dier legt tijdens de migratie zo’n duizend kilometer af. De migratie volgen is de hoofdreden ook waarom ik hier nu ben. In de verte hoor ik het getrappel van de gnoes. Visueel verraadt een zich voorwaarts verplaatsende stofwolk de komst van de dieren. Het getrappel wordt luider en je voelt ook lichtjes de trillingen van het gestamp van de hoeven. Een kilometers lange kolonne komt in aantocht met de gnoes voorop gevolgd door zebra’s en gazelles. Niet alleen volwassen dieren, maar ook pasgeboren kleintjes trappelen dapper mee. Niet voor niets reizen deze dieren samen door de immense vlakte: elk brengt een bijzondere eigenschap mee in deze toch wel gevaarlijke onderneming. De reukzin van de gnoes is ongeëvenaard, zebra’s hebben niet direct een brilletje nodig en het gehoor van de gazellen is buitenaards. Vandaar dat zij samen een interessant én sterk blok vormen tegen de vijand die hen als een hapklaar brokje beschouwt. Want leeuwen, luipaarden, hyena’s en andere roofdieren liggen maar al te graag op de loer om een pasgeboren kleintje te verorberen als een welgekomen feestmaal.


Maar de Serengeti is meer dan de migratie. Het is een paradijs voor dieren zoals buffels die hier in grote getale zijn en onze Big Five vervolmaken en voor ons als toeschouwers een gedroomd podium om de natuur in al haar glorie aan het werk te zien. De acteurs en actrices die ons vandaag op een optreden vergasten, doen dat in volle overtuiging. Sierlijk als een elegante Hollywood actrice, ligt een luipaard languit in het zonnetje op een dikke tak van een boom. Geïnspireerd door dit tafereel kan een leeuw niet onderdoen. Boomklimmende leeuwen zijn een vrij uniek gegeven, maar in Afrika komen ze wel op meer plaatsen voor. Een uniek park is zonder meer de Ngorongoro krater, de grootste ingestorte vulkaankegel ter wereld. De dieren leven binnen de vulkaanwand, maar niets verhindert hen de steile wand te wand te beklimmen dan wel af te dalen. 


Zowat alle dieren komen in de krater voor, met uitzondering van giraffen (die door hun lange stelten de steile afdaling niet aankunnen) en ook niet de bijtgrage krokodillen. Dieren leven hier dus op een redelijk beperkte ruimte en ook al is de diameter behoorlijk (toch nog zo’n twintig kilometer), je komt hier in een handomdraai wel een mooi tafereel tegen. Zo draai ik me onverhoeds naar rechts om daar net een kalf geboren te zien worden bij een gnoe waarbij de boreling toch van een behoorlijke hoogte valt. Vallen, neerkomen en meteen op de poten geduwd worden, zo gaat dat. Met enkele tonghalen wordt het kalfje door mama schoongelikt, waarna het meteen aangepord wordt om mee op stap te gaan. Geen materniteitverlof voor mama, geen babyborrel voor de pasgeborene, enkel de rauwe realiteit van het dierenrijk. De wet van de sterkste overheerst en vanaf de eerste minuut telt enkel nog overleven. Het is de rode draad in het leven van de bewoners van dat uitgebreide dierenrijk van Afrika. De cirkel van het leven begint ook met een eerste stap, net zoals deze droomreis voor mij. Ik sluit Afrika in mijn hart en pink nog een extra traantje weg.  

 The world is a fine place and worth the fighting for and I hate very much to leave it.

Ernest Hemingway (uit For Whom the Bell Tolls)

 

Februari 2010 

Reacties