De kathedraal van Saint-Denis
Saint-Denis of de Heilige
Dionysius was de eerste bisschop van Parijs. Tijdens de Romeinse vervolgingen
onder keizer Decius in de derde eeuw werd hij samen met twee gezellen, Rusticus
en Eleutherius, gearresteerd en ter dood veroordeeld. Hij en enkele volgelingen
werden op wat we nu Montmartre noemen, gemarteld en uiteindelijk onthoofd. De
naam Montmartre is dan ook afgeleid van ‘Mons Martyrium’, de berg van de
martelaars …
Volgens de overlevering
nam hij na zijn onthoofding zijn hoofd in eigen handen en liep hiermee ongeveer
tien kilometer zuidwaarts. Tijdens deze tocht bleef hij preken en liep tot op
de plaats waar hij begraven wilde worden : de plek waar nu de kathedraal van
Saint-Denis staat. Daar stortte hij finaal in. Saint-Denis werd op deze manier
de patroonheilige van Frankrijk en zijn graf een pelgrimsoord. Rond dat graf
werd eerst een kleine kerk gebouwd. Die kerk werd als heilig beschouwd en in de
zevende eeuw laat koning Dagobert een grotere kerk bouwen en besluit om hier
later zelf begraven te worden. Dat gebeurt in 639. Meer zelfs, Pepijn de Korte,
vader van Karel de Grote, wordt er tot koning gekroond en wordt er ook later
begraven. Alle volgende Franse dynastieën volgen dit voorbeeld : van de Karolingen,
Capetingen, Valois tot tenslotte de Bourbons. Zo werd de basiliek van
Saint-Denis de begraafplaats van de Franse koningen en de officiële necropolis
van de Franse monarchie, een traditie die meer dan duizend jaar standhield tot
de teraardebestelling van koning Louis XVIII in 1824.
Tussen de zesde en
negentiende eeuw worden er maar liefst veertig koningen, zesentwintig
koninginnen en zestig prinsen en prinsessen begraven.
Door te kiezen voor de
basiliek als begraafplaats, verankerden de koningen hun macht met een hogere
autoriteit. Er vonden ook kroningen plaats die op diezelfde manier de band
tussen god en de koningstroon benadrukten.
Abt Sugar transformeerde in
de twaalfde eeuw de tot dan toe sobere kerk tot de eerste gotische kathedraal
met prachtige glas-in-loodramen waarvan twee prachtige enorme rozetten.
In 1789 begon de Franse
revolutie waarbij veel van die prachtige glas-in-loodramen werden vernietigd.
Bovendien werd ook het lood van de daken verwijderd. Dat lood werd omgesmolten
tot kogels en wapens. Ook de koninklijke
graven werden niet gespaard. Ze werden geplunderd om datzelfde lood te
bemachtigen en de menselijke resten werden herbegraven in twee gezamenlijke
graven op het kerkhof nabij de kerk.
Wat meteen opvalt bij
binnenkomst is de lichtinval door de glas-in-loodramen. De zon schijnt fel
vandaag en zorgt voor een bijzonder gekleurd lichtspel op de wit marmeren
tombes.
De necropolis die zich in
de kerk zelf bevindt, bestaat uit zo’n zeventig graven, de laatste rustplaats van
enkele van de meest markante figuren uit de geschiedenis van Frankrijk.
Als eerste valt vooral de
tombe van Frans I en zijn echtgenote Claude op. Een monumentale tombe, waarbij
vooral de gebeeldhouwde blote voeten van het koninklijk paar de aandacht
trekken. Normaal gezien en wat het komende uur zal uitwijzen, worden de
koninklijke leden volledig gekleed in hun beeltenis bovenop de tombe
weergegeven.
Koning Frans I was
bijgenaamd de ‘Ridderkoning’. Hij had een actieve belangstelling voor kunst,
literatuur en wetenschap waardoor hij symbool stond voor de Franse Renaissance;
hij gaf ook politiek Frankrijk vorm. Een invloedrijke koning dus in de Franse
geschiedenis.
Ik zie ook meteen het graf
van Pepijn De Korte, vader van Karel de Grote en de eerste koning der Franken
uit het Karolingische Huis. Maar ook andere ronkende namen zoals Clovis uit de
Merovinge periode.
Nog een indrukwekkend
kunstwerk is het de tombe van Henri II en Catherine de Medici, nog
indrukwekkender zelfs dan dat van Frans I. Bovenop de tombe zien we een
beeltenis van het echtpaar al biddend. Het graf zelf wordt omgeven door
verschillende standbeelden waaronder een beeltenis van de vier deugden. Henri
II was vooral een notoire veldheer die campagnes voerde tegen het Romeinse Rijk
en de Habsburgers; hij was ook een fervent voorstander van de onderdrukking van
het protestantisme met vooral harde maatregelen tegen de Hugenoten hetgeen uiteindelijk
zou leiden tot de Franse godsdienstoorlog. Met de echtelijke trouw nam hij het niet
zo nauw. Catherine was dan wel zijn echtgenote en moeder van de meesten van
zijn kinderen maar het was vooral een verstandshuwelijk. Drie van zijn tien
kinderen met haar zouden later koning van Frankrijk worden. De grootste invloed
op zijn koningschap had echter zijn
maitresse Diane de Poitiers.
Onder de kerk ligt de echte
crypte met daarin de graven van de laatste Bourbon-koningen. De meest opvallende
namen hierbij zijn Louis XVI en Marie-Antoinette. Deze laatste was de dochter
van keizerin Maria-Theresia van Oostenrijk. Ze trouwde vrij vroeg op
veertienjarige leeftijd met de Franse Dauphin om de band tussen Oostenrijk en
Frankrijk te versterken. Marie-Antoinette leidde wat we nu een jetset leven
zouden noemen. Ze was steeds modieus en weelderig gekleed, had prachtig haar;
ze vierde het leven in het mondaine Versailles met exuberante bals. Zo werd ze
het symbool van buitensporige luxe. Toen in 1789 de Franse revolutie uitbrak met
de bestorming van de Bastille (die als symbool van de koninklijke onderdrukking
werd gezien) als gevolg van sociale ongelijkheid, een grote staatsschuld en
zware belastingen voor arbeiders en boeren, werd Marie-Antoinette vanwege haar
levensstijl gezien als de vijand van het volk. Ze probeerde samen met haar
familie te vluchten maar werd met haar man Louis XVI gevangen gezet. Deze
laatste werd beschuldigd van ‘samenzwering tegen de vrijheid van de staat’,
berecht en kreeg de doodstraf. Hetzelfde lot stond Marie-Antoinette te wachten.
Beiden werden in 1793 ter dood gebracht op wat nu de Place de la Concorde is.
Ze werden in een anoniem graf geplaatst, zonder enig ceremonieel, op het
kerkhof van La Madeleine.
Onder Napoleon I werd de
Saint-Denis basiliek in haar glorie hersteld. Hij deed dit enerzijds als
eerbetoon aan de monarchie maar vooral als beoogde begraafplaats voor de
volgende keizers.
Na de val van Napoleon I
in 1915 werd de monarchie hersteld en kwam de broer van Louis XVI, Louis XVIII
op de troon. Hij gaf opdracht tot het zoeken naar de stoffelijke resten van zijn
broer en schoonzus. Samen met de andere koninklijke botten die werden
heropgegraven, vonden zij eindelijk hun finale rustplaats in de crypte van
Saint-Denis. Een symbolische daad als herinnering aan de tragiek van de
koninklijke familie. Louis XVIII werd een verzoeningsfiguur die de grondwet
introduceerde en probeerde een brug te slaan tussen het oude en nieuwe regime. Hij
was eerder een gematigd figuur. Hij stierf zelf in 1824 en ligt ook in de
crypte van Saint-Denis begraven.
Saint-Denis is meer dan een basiliek of kathedraal (een titel die het in
1966 werd toegekend).
Vandaag de dag is de
kathedraal van Saint-Denis een bloemlezing van de Franse koninklijke
geschiedenis. Het is het kerkhof van de koningen en hun eega’s. Het is een herinnering
aan de verre geschiedenis die voor het grijpen ligt, het is een confrontatie
met beroemde namen. Hier komt nie
t enkel de geschiedenis van Frankrijk tot leven (no pun intended) maar ook van een groot stuk van Europa.
t enkel de geschiedenis van Frankrijk tot leven (no pun intended) maar ook van een groot stuk van Europa.
Reacties
Een reactie posten