Coney Island

Zo vroeg op de dag is het nog rustig op de beroemde Boardwalk, gelegen op het uiterste zuidpuntje van Brooklyn. Met een avocadotoast in de hand, kijk ik uit over het water van de Atlantische Oceaan die zich voor mij uitstrekt. Ik heb er net een metrorit van anderhalf uur opzitten vanuit Manhattan. Maar dit is het waard: een wolkenloze hemel, het geruis van het aankomende water dat eindigt in kleine uitstervende golven op het nog rustige zandstrand. Dat zal straks nog wel veranderen als op deze zaterdag honderden families vanuit Manhattan en de rest van New York in hordes naar Coney Island komen afgezakt. Coney Island was al bijzonder populair aan het begin van de twintigste eeuw: door zijn ligging aan het water was het de ideale plek om in de zomerse maanden aan de drukte en vochtige hitte van de stad te ontsnappen. Zo kreeg je een echt vakantiegevoel dichtbij. Dat hadden handige ondernemers al langer begrepen. Hotels en heuse resorts onstonden en ferries en treinverbindingen zorgden voor snelle connecties met de rest van New York. Rijk of arm, jong of oud, het maakte niet uit, iedereen keek uit naar een dagje of zelfs enkele dagen op Coney Island. Overnachten is één ding, het volk vroeg ook om ‘panem et circenses’ (brood en spelen). Om al dat volk te vermaken, rezen pretparken als paddenstoelen uit de grond. Het volk kreeg zijn zin en amuseerde zich te pletter in attracties vergezeld van kermismuziek; bezoekers vulden hun buikjes aan de hot dog- en hamburgerkramen. Het volk zag dat het goed was en bleef komen en Coney Island zelf bleef uitbreiden. Coney Island was zelfs tot aan de tweede wereldoorlog, het grootste pretpark van de Verenigde Staten. En ook nu staat vermaak centraal in dit deel van Brooklyn. Eerst en vooral is er dat vijf kilometer lange en zeer brede zandstrand waarop nu eindelijk ook de eerste dagjestoeristen komen aangesloft. Om de ene schouder van de volwassenen hangen een paar strandstoelen; in de andere hand wordt een grote zak met strandgerief en handdoeken stevig omklemd. Joelend en gillend lopen en springen de nazaten erachteraan. Anderen hebben minder geluk en moeten buggy’s door het mulle zand voortduwen. Er wordt een goed plaatsje voor de rest van de dag uitgezocht. Het water van de Atlantische Oceaan lijkt mij vooral koud en veel interesse om te pootjebaden zie ik vooralsnog niet. Een gevulde koelbox meebrengen, is hier niet echt nodig, want op de Boardwalk, de boulevard langs het strand, is er genoeg eten en drinken. Het is nog niet middag en de eerste cocktailbars zijn al open voor een verkwikkend drankje en een bijhorend knabbeltje of een iets stevigere lunch. Wat je hier ook vindt is Nathan’s, een instituut op Coney Island. Al sinds 1916 maken ze hier de beroemdste hotdogs van New York en waarschijnlijk van heel de wereld. Een must voor de liefhebbers. Ook de niet hotdog liefhebbers komen aan hun trekken in de verschillende stalletjes, met pizza’s en taco’s. Maar Coney Island staat historisch vooral voor pretparkplezier. In 1884 opende hier de eerste achtbaan, niet alleen van Coney Island, maar zelfs van de hele Verenigde Staten. In 1920 volgde het beroemde Wonder Wheel dat nu al meer dan honderd jaar de skyline van Coney Island domineert. Het is geen gewoon reuzenrad, want de karretjes blijven niet alleen aan het einde hangen, maar verschuiven ook tijdens het ronddraaien over de rails naar binnen toe. En dan is er nog de Cyclone al sinds 1927. Deze houten rollercoaster heeft zelf ook het op en neer gaan van dit stukje New York meegemaakt. Want in de meer dan een eeuw dat dit schiereiland doorgaat als plezier voor jong en oud, is er heel wat veranderd. Coney Island moest branden trotseren, er werden hele stukken noodzakelijk gerenoveerd en kleinere familiebedrijven overleefden financiële tegenslagen niet. Toch staat het geheel als instituut, meer dan honderd jaar nadat hier het toerisme voor het eerst ontwikkeld werd, nog steeds als een huis. Als een heel populair huis. Zelfs als je niet van rollercoasters houdt, kan je hier ook genieten met een hotdog in de ene hand en een glaasje in de andere hand genietend van het gejoel van kinderen en het gegil van tieners terwijl je van het zonnetje genietend, naar de branding van de oceaan kijkt. Voor de rest niets doen en gewoon wat mensenkijken. Een perfectere namiddag kan ik mij niet inbeelden.



Reacties